Column: archief

Prestatiebeloning heeft schadelijk effect!

Door: Theo Wildeboer

Er is weinig enthousiasme voor prestatiebeloning in het onderwijs. Toch gaat – ondanks de protesten – na de zomer een experiment van start om te zien of prestatiebeloning werkt en hoe deze ingevoerd kan worden. Want, zo stelt het kabinet-Rutte, prestatiebeloning en een ambitieuze leercultuur horen bij elkaar. Onderzoek wijst in een andere richting. Prestatiebeloning devalueert het werk in de ogen van degene die haar uitvoeren. De 250 miljoen die het kabinet voor prestatiebeloning reserveert, verdient dus een betere bestemming. Wie heeft een idee?

Goed presteren zonder bonus 

Op YouTube is een grappig filmpje te zien van Daniel Pink. In het filmpje wordt een samenvatting gegeven van zijn boek Drive dat gaat over motivatie en de bonus als wortel. 

Wat blijkt: betere presentaties worden niet per definitie opgewekt door een financiële of materiële beloning. Het kan zelfs averechts werken. 

Bij complexe, meer creatieve taken telt intrinsieke motivatie veel zwaarder om goede prestaties te leveren. We hebben het dan over autonomie (zelf kunnen sturen), meesterschap (steeds beter willen worden) en zingeving (een bijdrage leveren aan het grotere geheel). 

In het licht van deze wetenschap is het curieus dat het kabinet-Rutte zo vasthoudend is daar waar het gaat om prestatiebeloning. Wie de voorstellen voor de experimenten bekijkt, rolt trouwens sowieso van zijn stoel. Is het werkelijk mogelijk om hogere Cito-scores toe te schrijven aan een ‘extra inspanning’ van een team of leerkracht? Dan heb ik iets gemist! 
Bij mijn weten worden leeropbrengsten door vele tientallen complexe, elkaar beïnvloedende variabelen verklaard. En een groot deel van deze variabelen ligt ook nog eens buiten de invloedssfeer van de leerkracht. Voorbeelden zijn de thuissituatie, intelligentie en kenmerken als motivatie en zelfvertrouwen van kinderen.   

Wie zijn kleuterschool goed is doorgekomen, weet dus dat die experimenten met prestatiebeloning te simpel zijn. Trouwens, over de kleuterschool gesproken: in een psychologisch experiment werd een groep met jonge kinderen opgesplitst. Ze mochten allemaal tekenen en kregen daarvoor mooie spullen uitgereikt. Toch was er een verschil. De ene groep kleuters kreeg een ‘prestatiebeloning’ in het vooruitzicht gesteld, namelijk een mooi tekendiploma. Met de andere groep werd niet over een beloning gesproken. 

Twee weken later deelde de onderzoekers opnieuw de stiften en papier uit en kregen de kinderen te horen dat ze zelf mochten weten of ze gingen tekenen of niet. De kleuters die eerder een beloning hadden ontvangen, waren duidelijk minder geïnteresseerd dan de eerste keer, terwijl de andere groep die geen beloning had gehad, even hard aan hun tekening werkte als voorheen. 

Dit type experiment is veelvuldig herhaald, met kinderen en volwassenen en met verschillende taken, variërend van puzzels maken tot het geven van gastlessen. En steeds met hetzelfde resultaat. Wanneer de materiële beloning wordt ingetrokken, vermindert de aantrekkingskracht van de taak. 

Let’s go for the flow!  

Hoe dan wel? Ik zou zeggen: kijk eens rond op een goed presterende school. Wis en waarachtig dat daar docenten werken die bevlogen zijn. Ze zijn vitaal en toegewijd en gaan helemaal op in wat ze doen. Het werk put hen niet uit, maar geeft hun juist veel energie en voldoening. Deze docenten zitten in een flow. En tijdens de flow is het werk leuk en zijn de prestaties maximaal. 
Helaas voldoet slecht 12 procent van de Nederlanders aan dit beeld. En als dit percentage ook voor het onderwijs klopt, dan is dat schokkend nieuws. 
Als het kabinet het werkelijk te doen is om het ambitieuze leerklimaat, dan is het effectiever om meer docenten in de flow te krijgen. Kleinere klassen helpen, maar ook minder administratie en meer tijd voor intervisie en een goed gesprek. Maar dat kost geld. Zou 250 miljoen euro een mooi begin kunnen zijn? Ik denk het wel.