Column: archief

Ont-stellend toch?

Door: Jaap de Jonge

Ontstellend veel aandacht, tijd en energie wordt er op de Nederlandse basisscholen besteed aan het spellingonderwijs. Tal van groeps- en handelingsplannen voor spelling worden geschreven. Veel additioneel materiaal – samengesteld door heuse spellinggoeroes – wordt aangeschaft, terwijl de reguliere taalmethodes toch ook al een substantieel deel van hun aanbod voor spelling reserveren. Is dat erg? Ja. Omdat het hier slechts gaat om een deelvaardigheid. Niet onbelangrijk, maar toch. Uiteindelijk gaat het bij taal immers om luisteren en spreken, lezen en stellen.

En hoeveel tijd wordt er op uw school uitgetrokken voor het stelonderwijs? Vaak ontstellend weinig. En vaak ook nog zonder een duidelijke, doorgaande lijn door de school.
Hoe dat kan? Tja … Van oudsher wordt aan spelling veel waarde gehecht. En, er zijn spellingtoetsen! Hier doet zich het merkwaardige fenomeen voor dat de door veel scholen zo verfoeide toetscultuur toch ook hier haar invloed doet gelden. Want er zijn geen toetsen voor stellen. En nee, je verschuilen achter de inspectie helpt dit keer ook niet, want ook de inspectie vraagt niet om zo veel tijd voor spelling. En nee, je verschuilen achter de tijdgeest helpt evenmin. Zeker niet in een tijd waarin de sociale media juist zo’n belangrijke rol vervullen.

Nog afgezien van de vraag of al dat spellingonderwijs nou zo effectief is, moet u als schoolleider hier de weg wijzen: gidsen! Stel paal en perk aan de tijd die aan het spellingonderwijs wordt besteed. Ga na hoeveel tijd wordt besteed aan het schrijven van verhalen, fictie en non-fictie, en gedichten. Maak afspraken over een doorgaande lijn én over het ophangen van deze creatieve taalproducten, want ik zie ze in vrijwel geen enkele school terug. 

Benadruk dat het bij stellen gaat om verzamelen, selecteren, ordenen en verzorgen: verzamel stof voor je verhaal, selecteer wat je wilt gebruiken, orden het resterende materiaal en verzorg je tekst. In die laatste fase komt natuurlijk ook de spelling om de hoek kijken. Maar kijk, paradoxaal genoeg vinden veel leerkrachten het dan opeens weer leuk om de spelfouten gewoon te laten zitten. ‘Want ja, het is wel kinderwerk, hè?’
Dat zal wel, maar in de laatste fase – die van het verzorgen van de tekst – geeft het geen pas spelfouten te handhaven.

Kinderen vinden het geweldig om te mogen schrijven. Nee, niet die denkbeeldige brief aan hun oom in Canada, terwijl ze helemaal geen oom in Canada hebben. Schrijven leent zich uitstekend voor zinvolle opdrachten, waarvan de resultaten in de praktijk gebruikt kunnen worden. Een uitnodiging voor de ouders, een gedicht voor een gedichtenbundel, een brief van de leerlingenraad voor het team van de school. 

Een en ander vergt natuurlijk wel wat denkwerk. En de taalmethode moet eens goed worden gecheckt op de mogelijkheden om binnen de school een doorgaande lijn op te zetten. Maar uw leerlingen zullen u dankbaar zijn. Nu en later. Want het gaat hier niet alleen om taal, maar ook om creativiteit, sociale redzaamheid, actief burgerschap zelfs. Wie zei er ook weer dat we niet leren voor de school, maar voor het leven?